Algemene Instructies

Goedgekeurd door het Ministerie van Justitie d.d. 4 januari 1990.

ALGEMENE INSTRUCTIES BBD

De instructie heeft tot doel voor de beveiligingsbeambten een taakomschrijving te verschaffen waarin verantwoordelijkheden en bevoegdheden tot uitdrukking komen.

De beveiligingsbeambten worden verondersteld op de hoogte te zijn van deze instructie.

Het ontplooien van eigen initiatief mag niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen terzake.

INHOUD INSTRUCTIE

Het is de beveiligingsbeambte verboden, tijdens diensturen, enig wapen of munitie voorhanden te hebben en/of te vervoeren, zoals genoemd in de wet wapens en munitie.

Aanwijzingen gegeven door of vanwege algemene opsporingsambtenaren dienen door de beveiligingsbeambte stipt te worden opgevolgd.

Alle tijdens de dienst gesignaleerde feiten en omstandigheden dienen in het aan de beambte uitgereikte rapportageboek te worden vermeld, met daarbij de wijze waarop e.e.a. is afgehandeld. Ook bijzondere gebeurtenissen of voorvallen dienen in het eerder genoemde rapportageboek te worden vermeld.

Zowel tijdens als na de beëindiging van het dienstverband, verplicht de werknemer, in welke functie dan ook aangesteld, zich tot geheimhouding omtrent alle, op welke wijze dan ook, te zijner kennis gekomen bijzonderheden en aangelegenheden van de opdrachtgever en/of werkgever. Het is verboden inlichtingen of gegevens over bedrijven te verstrekken aan derden. Het is de beveiligingsbeambte verboden mondeling (derhalve ook telefonisch) en/of schriftelijk inlichtingen over privé gegevens of functie van medewerk(st)ers te verstrekken. Tenzij de beambte een individuele ontheffing van de Minister van Justitie of van het hoofd van de plaatselijke politie heeft tot het dragen van een uniform inzake de wet op de weerkorpsen, worden alle uitvoerende diensten verplicht in uniform verricht.

De beveiligingsbeambten zijn, in de uitoefening van hun diensten verplicht het door de Minister van Justitie voorgeschreven legitimatiebewijs bij zich te dragen en op verzoek te tonen dan wel aan de daartoe bevoegde instanties (politie), ter inzage af te geven.

De beambte mag alleen (zakelijk) gebruik maken van goedgekeurde door de werkgever of de opdrachtgever verstrekte apparatuur.

Bevoegdheden tijdens de dienstuitvoering zijn nader omschreven in hierna volgende hoofdstukken.

Onderzoek aan kleding of lichaam is ten strengste verboden. Deze bevoegdheden hebben uitsluitend opsporingsambtenaren genoemd in de artikelen 141 en 142 wetboek van strafvordering.

Op verzoek van de bedrijfsleiding kan de beveiligingsbeambte behulpzaam zijn bij de controle op personeel van dat bedrijf. Het bedrijfsreglement dient daarbij in acht te worden genomen.

Bij ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad, is een ieder bevoegd tot aanhouding van de verdachte. Indien men tot aanhouding is overgegaan is men verplicht de aangehoudene onverwijld over te dragen aan een opsporingsambtenaar. Indien men een verdachte heeft aangehouden mag men de goederen die niet aan de verdachte toebehoren en die hij/zij bij zich draagt, in beslag nemen. Deze goederen dienen tezamen met de verdachte aan de opsporingsambtenaar overgedragen te worden, omdat deze goederen als bewijsmiddel dienen. In alle gevallen waarbij is overgegaan tot aanhouding van een verdachte en deze is overgedragen aan een opsporingsambtenaar dient aangifte te worden gedaan bij de betrokken politie instantie. Per object of plaats van werkzaamheden zal deze standaardinstructie nader worden aangevuld naar de eisen en behoeften van het desbetreffende werk of opdrachtgever.